Er tolt zoveel door mijn hoofd. Positieve en negatieve gedachten wisselen elkaar af, soms is het bijna moeilijk ze te onderscheiden. Is iets wat positief lijkt wel positief? Is iemand die integer lijkt wel integer?
Niets is wat het lijkt. Man wat een verwarring. Ik vind dit zo erg kids, als ik lees hoe we elkaar wegzetten zonder enige nuancering. Het maakt niet uit over welk onderwerp, klimaat, een virus, links of rechts, zwart of wit, voor of tegen, nergens is ruimte voor reflectie. Terwijl we elkaar zo nodig hebben! De wereld is saai zonder tegenstellingen, of is een saaie wereld wat we nastreven?
Er is geen ruimte meer voor andersdenkenden, je moet meegaan in het narratief van de overheid. Er is dus geen ruimte meer voor mij. Moet ik me dan nog druk maken over wat er om me heen gebeurt? Als een wereld waarin het voor mij onmogelijk is te leven zich om mij heen manifesteert moet ik een andere bouwen. Koppig en volhardend zonder om te kijken. Het gaat zo hard kids, alles om ons heen brokkelt zo hard af. We blijven geloven dat iemand ons gaat redden terwijl de redding in onszelf zit.








